Elke koersbeweging draagt een naam. Drie meetlatten — momentum, tijd en vorm — vertalen SPY naar een noordse mythe, van de eerste rimpeling tot de ondergang zelf.
Eén meetlat, van piek tot afgrond. Boven klimt de kalme ascensie, in het midden staat de markt stil, onder valt hij weg naar de exit.
Korte termijn. Meet de grootte van een beweging binnen een vast, kort venster — wat er nu gebeurt.
| Trede | Drempel · 5 min |
|---|---|
| Micro · Ratatoskr | 0,01 – 0,03% |
| Mild · Rán | 0,03 – 0,08% |
| Trede | Drempel · 5 min |
|---|---|
| Micro · Vedrfölnir | 0,01 – 0,03% |
| Mild · Njord | 0,03 – 0,08% |
| Venster | Band | Tempo-ondergrens |
|---|---|---|
| 5 min | 0,08 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 10 min | 0,16 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 15 min | 0,24 – 0,50% | 0,08% / 5m |
| 20 min | 0,32 – 0,50% | 0,08% / 5m |
Rechte helling als toegangseis, vast plafond als deksel — hoe langer je meet, hoe smaller de tempo-band en hoe zuiverder de trend.
Lange termijn. Meet niet de grootte maar het volhouden — een bescheiden beweging die gestaag doorzet en niet terugkomt.
| Venster | Draupnir | Odin |
|---|---|---|
| 5 min | 0,03–0,05 | 0,05–0,08 |
| 10 min | 0,05–0,10 | 0,10–0,16 |
| 15 min | 0,08–0,15 | 0,15–0,24 |
| 20 min | 0,11–0,20 | 0,20–0,32 |
| Venster | Nidhogg | Hel |
|---|---|---|
| 5 min | 0,03–0,05 | 0,05–0,08 |
| 10 min | 0,05–0,10 | 0,10–0,16 |
| 15 min | 0,08–0,15 | 0,15–0,24 |
| 20 min | 0,11–0,20 | 0,20–0,32 |
Onderscheid met momentum: Odin en Hel eisen dat het tempo over meerdere blokken wordt volgehouden — anders pakt de korte-termijn-tik (Njord / Fenrir) de beweging.
Richtingloos of omkerend — geen grootte maar een patroon.
Elke as loopt van rimpeling naar uiterste. Het alarm kondigt de ondergang aan — precies zoals in de mythe.
Zestien namen, elk met een wortel in de mythe en een plek in het systeem. Van de havik hoog in de wereldboom tot de ondergang in zee en vuur.
De havik die tussen de ogen van de adelaar hoog in Yggdrasil zit, boven de negen werelden. Hij overziet alles maar beweegt nauwelijks. In het systeem is hij de kleinste opwaartse tik — ruisniveau, te klein om op te handelen. De lucht klaart licht op, meer niet.
Vanengod van de zee, de wind en de welvaart van zeevaarders; hij brengt de gunstige bries die schepen vooruithelpt. Hier markeert hij de milde onderstroom omhoog (0,03–0,08% / 5 min): de stroming is licht positief. Informatief, nog geen signaal — de wind steekt zachtjes op.
Odins gouden ring die elke negende nacht acht nieuwe ringen laat druppelen: rijkdom die zichzelf stil vermenigvuldigt. In het systeem is hij de trage, gestage opbouw omhoog — geen uitbarsting maar compounding. Waarde die zich langzaam opstapelt zolang het tempo aanhoudt.
De Alvader, heer van wijsheid en gezag; hij offerde een oog en hing negen dagen aan de wereldboom voor kennis. Als thema is hij de beheerste, krachtige opmars — sterker dan Draupnir, maar waardig en aanhoudend in plaats van roekeloos. Een trend met autoriteit die zijn tempo volhoudt.
Dondergod met de hamer Mjölnir, beschermer van goden en mensen. Direct, krachtig, zonder omwegen. Hier is hij de felle opwaartse stoot (≥0,08% / 5 min): momentum dat in een kort venster toeslaat. Geen sluipende opbouw maar een klap omhoog.
De mooiste en meest geliefde god, schijnbaar onkwetsbaar — tot de vergeten maretak hem doodt. Zijn kracht is valse zekerheid. In het systeem is hij het top-signaal: een stijging die verdacht perfect is, verticaal en zonder terugtest. Juist wanneer niemand risico ziet, is het risico maximaal.
De eekhoorn die langs Yggdrasil op en neer rent en beledigingen overbrengt tussen de adelaar bovenin en Nidhogg beneden. Constant in beweging, weinig van betekenis. Hier is hij de kleinste daling — ruis, geen signaal. Gebabbel, geen boodschap.
De zeegodin die met haar net verdronken zeevaarders naar de diepte trekt — de andere kant van Njords zee. In het systeem is zij de milde daling (0,03–0,08% / 5 min): de onderstroom zakt zachtjes weg. Klein en rustig, geen handelssignaal — alleen toon.
De draak die onafgebroken aan de wortels van Yggdrasil knaagt, diep onder de wereld. Geen klap, maar erosie die maar doorgaat. Als thema is hij de trage, gestage daling omlaag: de steun wordt niet gebroken maar weggevreten. Het spiegelbeeld van Draupnirs opbouw.
Loki's dochter, heerseres over het gelijknamige dodenrijk; half levend, half lijk. Haar rijk is de afdaling zelf — koud, gestaag, onafwendbaar. In het systeem is zij de sterkere, beheerste daling tussen erosie en losbarsting in: het wegzakken versnelt, maar zonder paniek.
De reuzenwolf, geketend met het lint Gleipnir tot hij bij Ragnarök losbreekt en Odin verslindt. Al zijn energie zit opgesloten tot hij losbarst. Hier is hij de felle daling met momentum (≥0,08% / 5 min): het roofdier komt op snelheid — geen sluipen, een aanval.
De rode haan die in het reuzenwoud kraait om de reuzen te wekken bij het aanbreken van Ragnarök — het allereerste teken van het einde. In het systeem is hij het vroege alarm: een scherpe drop (≥0,25–0,30% / 5 min) die een verdere val kán aankondigen. Een waarschuwing, geen bevestiging.
Het voorbestemde einde: goden en monsters vernietigen elkaar, de wereld verzinkt in zee en vuur en herrijst daarna vernieuwd. Het zwaarste thema, je harde exit: een daling van ≥0,40% die over de langere horizon dóórzet. Niet de schrik van één moment, maar de ondergang die zich voltrekt.
De Midgaardslang, zo groot dat hij de hele wereld omspant en in zijn eigen staart bijt. Enorme kracht, geen richting. Als thema is hij de range: hoge grens, lage grens, terug naar het midden. Geen edge — wachten tot de slang zijn staart loslaat.
Het dunne maar onbreekbare lint waarmee de goden Fenrir bonden, gesmeed uit zes onmogelijke dingen. Alle kracht zit erin opgesloten. In het systeem is hij volatiliteitscompressie: de opgespannen veer vlak vóór een breakout — spanning die zich opbouwt tot iets breekt.
De zwijgende god die de hele Ragnarök niets doet — tot hij op het beslissende moment de muil van Fenrir openscheurt en Odin wreekt. Eén handeling keert de uitkomst. Als thema is hij de scherpe ommekeer: een zware daling die wordt gebroken door een beslissende tegenbeweging.